Projecten Michaël

 Michael

 Dankzij mijn dochter heb ik eind 2006 de modelspoor hobby weer opgepakt.
Kernwoorden: H0, digitaal, LS Models,Van Biervliet, B-Models, Mehano, Belgisch materiaal, landschapsbouw.

 

 

 

 

Onderwerp index
Projecten Michaël
Introductie
Mijn nieuwe baan
Besturing
testritjes
Demobaan
Mijn rijdend materiaal
Nieuwe werkplek
Bouwpakket wisseldecoder
Bouw tunnelportaal
Verslag inbouwen ledverlichting
Weatheren
Weather technieken door Bert Kelder
schoenendoosproject
Cursus Airbrushen
Een nieuw begin 2011
Diorama 1
Mallen maken
Nieuwigheden 2013
Gelukkig 2014
Opslag evergreen profielen
 

 


Introductie

Na een 4 tal banen die als proef dienden, vorige maand gestart met de planning en de bouw van de nieuwe baan. Ik heb nu meer ruimte ter beschikking, de grote lijnen van de baan zijn in de vorm van een honden bot. Aan beide uiteinden komt een klimspiraal van drie wendingen, onder het schaduw station met 2 doorgaande sporen en 10 opstelsporen. Om dit alles te realiseren ben ik nog wel even bezig, wat mij voldoende tijd geeft om de rest van de baan te ontwerpen. 🙂

 


Mijn nieuwe baan

Half oktober 2008 ben ik begonnen met het ontwerp van een nieuwe baan, met enige pijn in het hart afscheid genomen van de oude nog in opbouw zijnde baan. Dankzij Cees en Pieter ben ik tot nieuwe inzichten gekomen, het feit dat ik opeens ook nog eens 3 m extra ter beschikking kreeg hielp natuurlijk erg veel om de stap te maken naar een nieuw ontwerp.De baan krijgt als basisstructuur de vorm van een honden bot, aan beide zijden een klimspiraal, een flink schaduw station is een wens die nu in vervulling gaat, met 10 opstelsporen en 2 doorgaande sporen heb ik voldoende opstelmogelijkheden.

Afgelopen tijd druk bezig geweest met het instellen van de eerste wending van de linker klimspiraal, daarna isolatie en rails gelegd. Een paar analoge proefritjes gemaakt die mij tevreden stemden.

De komende weken ga ik het schaduw station afmaken, ringleiding aanleggen en alle wissels en rails aansluiten op de ringleiding.

Wordt vervolgd.

Voor een kijkje achter de schermen klik hier.

Inmiddels is het schaduwstation voorzien van passtukjes, de ringleiding is aangelegd en het twincenter is aangesloten. Helaas vandaag geen tijd gehad om de rails aan te sluiten, dit komt later en daarna kan ik de eerste digitale proefritjes maken.

Nieuwe foto’s toegevoegd, zijn te vinden via bovenstaande link.

Afgelopen week bij de gamma isolatie materiaal gekocht ( normaal wordt dit gebruikt bij het leggen van laminaat) om onder de rails te leggen. Bij ons bezoek aan mini railz werd ons verteld dat dit materiaal makkelijk in bochten was te plooien…… vergeet dit maar want dat werkt echt niet, het werkt echter wel als je strookjes van 2 cm breed maakt!
Het hele schaduw station weer los gehaald om het isolatie materiaal te leggen, ook de eerste wending van de klimspiraal voorzien van het materiaal.
Wending twee en drie zijn nu ook voorzien van isolatie materiaal.
28 december 2008 Afgelopen weekend verder gewerkt aan de klimspiraal, deze is nu op hoogte, zie foto.
Nadat alle voorbereidingen getroffen waren, de klimspiraal volledig gezaagd, voorzien van isolatie materiaal, gaten geboord en de ervaring van de vorige spiraal rijker, was de tweede spiraal met een paar uurtjes volledig geplaatst. Hier moeten de testritjes nog even wachten totdat het klimspiraal is aangesloten op de rest van de baan. aangezien ik de maten van het vorig klimspiraal heb overgenoemen verwacht ik geen noemenswaardig problemen, ik ga er vanuit dat de hellingsgraad en verkanting oke zijn


Besturing van mijn baan

De besturing van mijn baan gebeurd via een twincenter, hieraan gekoppeld via een loconet kabel de twinbox met 4 handschuifregelaars, ook koppel ik nog een lok-boss. Zo kan ik dus op vrij eenvoudige wijze, 8 loks direct aanspreken.

Foto’s hiervan zijn hier te vinden.

Aangezien het de bedoeling is dat ik samen met mijn dochter de baan ga besturen, is het de bedoeling om dit alles dubbel uit te voeren.

 

 


Testritjes

De eerste testritjes zijn goed verlopen, testrit met een fleischmann 4472 gemaakt , hiervan zijn 2 filmpjes te vinden en met een nmbs 59 serie met een drietal wagons er achter, de testritjes verliepen probleemloos, de hellingsgraad en verkanting heb ik dus goed gemaakt. De klimspriraal is slechts in de eerste wending aangesloten op de ringleiding, de rest volgt nog.


Demobaan

Zondag 8 februari 2009
Hier kunnen jullie de komende maand de bouw van de demo baan voor de workshop digitaliseren van de treinbaan volgen.
Na een middagje zagen, timmeren en knutselen heb ik een frame in mekaar gezet met hierop de demo baan, welke bestaat uit een doorgaand spoor en een inhaal spoor. Hier vind je wat foto’s.
Ik wil het trein verkeer op de demobaan volledig automatisch laten lopen zonder gebruik te maken van de pc, koploper of iets dergelijks.
Om dit te realiseren zal ik gebruik gaan maken van het Uhlenbrock Lissy systeem.
Voor het zover is, moet ik nog een aantal componenten aanschaffen., zoals wisseldecoders, Lissy zenders, sensoren , ontvangers, software om de ontvangers te programmeren.
De wisseldecoders en software heb ik aangeschaft via AnW-modeltreinen, een modelspoor zaak in Medemblik waar de eigenaar Ad, alleen klanten op afspraak ontvangt en dus ruim de tijd voor je maakt om jou vragen te beantwoorden, een leuke ervaring in deze jachtige tijd.
Maar waarom zoveel geld uitgeven voor een demo baan zal u wel denken.
Simpel, ik wil dit systeem gaan gebruiken in mijn schaduw station en dan is deze demo baan een perfecte manier om alle onderdelen uitgebreid te testen en te leren hoe e.a. geprogrammeerd dient te worden.

Voor het aansturen van de wissels heb ik gekozen voor de ESU switch pilot, deze decoder kan je van stroom voorzien via een externe, aparte trafo, voor de demo baan is dit niet nodig, maar voor mijn modelbaan wil ik het digitale signaal zo zuiver mogelijk houden en dus zo weinig mogelijk aftappen van de ringleiding. Dus de wisseldecoder van stroom voorzien via een aparte trafo.
Het programmeren van de wissel decoder gaat vrij eenvoudig en zal ik later nog documenteren en in de rubriek downloads plaatsen.
Dit artikel zal ik gedurende de bouw van de demo baan blijven updaten.

Maandag 9 februari 2009
De zenders en ontvangers (voor het Lissy systeem) zijn binnen, Peter Kramer plaatst de zenders in de loks voor me.

Woensdag 11 februari 2009

Ringleiding aangebracht en deze alvast gestript waar nodig is, de wisselspoelen zijn geprogrammeerd. Rails heb ik vastgeschroefd zodat vervoer geen probleem wordt..

Donderdag 19 februari 2009

Weer een stap in de goede richting, de eerste test met de sensoren en ontvangers van het Lissy systeem waren erg teleurstellend, de lok reed over de sensor maar geen enkele reactie….deprimerend. Voor die avond had ik er genoeg van. Vanmiddag vol goede moed weer aan de slag, loconet kabels geknipt (6 aderige telefoonkabel voorzien van een RJ12 stekker). Alles aangesloten, toen had ik eindelijk goed contact met de ontvanger vanuit het twincenter. De basis instelling van een ontvanger is als volgt ingesteld, lok rijd over sensor 1 verlichting van lok gaat aan. Lok rijd over sensor 2, licht van de lok gaat uit. De test is geslaagd. Nu nog de volledige programmering uitwerken, wat moet er gebeuren als een lok sensor x passeert?
Hier ga ik komend weekend mee aan de slag.

Zondag 22 februari 2009

Het hele weekend druk geweest met Uhlenbrock en Lissy, de handleiding meerdere malen doorgenomen, maar wat op een eenvoudig systeem leek, blijkt toch vrij ingewikkeld in mekaar te zitten.
Wat ik voor mijn schaduwstation wil, een aankomende trein naar een bepaald opstelspoor derigeren, heb ik voor mekaar, maar op de demo baan wil ik de loks ook weer automatisch laten uitrijden, en dit krijg ik tot nu toe niet voor mekaar. Maar het is nog geen 4 maart!

Donderdag 26 februari 2009

Ongeveer de hele middag en avond doorgebracht met Lissy, een leuke meid maar met gebruiksaanwijzingen. Het Lissy systeem van Uhlenbrock samen met de intellibox functioneer toch niet helemaal het zelfde als met het Twincenter van Fleischmann. Daar kwam ik na een hoop programmeren en niet willen werken achter. Toen dat eenmaal bekend was vielen er een hoop puzzelstukjes in mekaar. Het inrijden van het station op de demobaan verloopt volledig automatisch, het uitrijden ook, maar dan moet ik nog handmatig de seinen op rood zetten. Dit hoort via de uitrijmanger te verlopen, maar dat is stof voor het weekend.

Vrijdag 27 februari 2009

Vanavond nog een paar uurtjes aan de demo baan gewerkt, ik heb nog enkele aanpassingen aan het concept gemaakt, het principe van de uitrijmanager is op de demo baan niet bruikbaar, daar er slechts 1 inhaal spoor wordt gebruikt. Gelukkig kwam ik al snel op het idee om dit op een elegante manier op te lossen. Een 4de ontvanger regelt het schakelen van het uitrij seinen en schakelt de wissel in de goede stand. Nog een aardigheidje met verlichting van locs geprogrammeerd.


Mijn rijdend materiaal

Hier wil ik mijn rijdend materiaal showen. Afgelopen maanden weinig tijd gehad voor de baan, toch af en toe nog wat leuks gekocht, het staat allemaal netjes in de kast, maar het is ook leuk om af en toe wat te showen, per slot van rekening zijn we toch allemaal trots op onze verzameling.
Als eerste komt mijn laatste aanwinst aan de beurt, ik heb hierop een hele tijd gewacht, wel, niet kopen maar nu is hij er, de VIRM van Lima. Een pracht exemplaar, digitaal.
Zondag 31 januari 2010
De bovenstaande laatste aanwinst is al lang niet meer de laatste, inmiddels heb ik nog verschillende locs en treinstellen aangeschaft de 4126 van Mehano wil ik graag aan jullie voorstellen

Nieuwe werkplek

Zondag 12 juli 2009
De natte dagen van begin juli heb ik gebruikt om een mobiele werkplek te maken, een beetje zagen, schroeven en lijmen, een beetje fantasie en het tafeltje zat in mekaar, nu kan ik lekker knutselen en hoef niet altijd op zolder te zitten, lekker alle materialen bij de hand. Waar een beetje regen al niet goed voor is. Het idee komt uit een oude uitgave van modelspoormagazine.

Dinsdag 21 juli 2009

Leuk een mobiel werkplaats, maar als je aan het knutselen gaat en je ben druk met de baan bezig, dan ben je vaak op zoek naar je gereedschap, waar lag dat boortje of die schroevendraaier nou weer.
Wie kent zoiets niet?
Daar heb ik de volgende oplossing voor gemaakt, benodigdheden:
Een paar plankjes hout
Een balkje
Wat vrije tijd
Een middagje gezellig knutselen samen met mijn dochter Angelina gaf het volgende resultaat:
een tevreden dochter 🙂 en een bakje voor het gereedschap, nodig bij de bouw van de treinbaan.
Kortom voor weinig geld een handig stukje gereedschap wat je overal kan gebruiken.

Bouwpakket wisseldecoder

Donderdag 10 december 2009

Vandaag heb ik een wisseldecoder van Littfinski in mekaar gezet. Met dank aan Rob die mij nog een aantal tips bij het solderen gegeven die ik met jullie ga delen.
De wisseldecoder S-dec-4dc van Littfinski is een bouwpakket voorzien van een duidelijke handleiding. Enige ervaring met solderen is nodig om het tot een goed einde te brengen.
Benodigdheden:
Solderbout met fijne punt
Soldeer
Kniptangetje
Op bijgevoegde foto’s worden de tips van Rob duidelijk.
Het is vooral zaak van rustig en goed solderen, blijkbaar heb ik dat goed gedaan want de wisseldecoder zat in mekaar en functioneert perfect.
Tips bij het solderen:
* Draden pas verwijderen na het solderen.
Draden voeren de warmte goed af en houden het component koeler.

* Soldeer nooit meer dan één aansluiting per component.
Dus eerst 1 draadje van component A, dan 1 draadje van component B en dan pas weer het tweede draadje van component A.
Zo kan de component de warmte even verwerken en afvoeren.
Bovenstaande geldt alleen voor electronica componenten en niet voor IC voetjes of kroonstrips ed.

* Soldeer moet vloeien
Eerst een heel klein beetje soldeer op de punt van de bout.
Dan draadje en soldeervlakje verhitten en soldeer toevoegen.
Pas daarna, twee tellen doorvloeien en dan weg met de bout.

* Om geen aansluitpunten te vergeten bij het solderen tel altijd het aantal aansluitingen per component.
Heb je een weerstand, een diode of condensator, tel er dan twee per component.
Heb je 18 pins IC voetje tel dan ook daadwerkelijk alle 18.

*Controleer elke soldeer verbinding op vorm. Dit moet een soort eifeltoren vorm zijn.

Met het volgen van bovenstaande tips was mijn printplaat in een uurtje voorzien van alle componenten.

Bouw tunnelportaal

Na de workshop van Jaap begin januari 2010, heb ik door prive omstandigheden erg weinig tijd gehad om wat aan de hobby te doen.  Inmiddels toch wat tijd vrij kunnen maken om wat te experimenteren met zelfbouw van een tunnelportaal.
Als eerste heb ik uit mdf een basis vorm van een tunnelportaal gezaagd, dit aan één zijde ingesmeerd met houtlijm en hieroverheen een laagje rotband aangebracht. Na een nachtje uitharden de kraspen ter hand genomen en krassen maar, een erg nauwkeurig werkje maar na een avondje krassen mocht het resultaat er wel zijn.

Insmeren met voorstrijk zodat later de acrylverf niet volledig opgezogen wordt door de rotband.
Weer een nachtje laten drogen toen ingesmeerd met bruine acrylverf, na drogen nog een laagje zwarte acryl verf eroverheen en als laatste een menging van zwart en bruine acryl verf.
Over de uiteindelijke kleur ben ik niet tevreden. Echter dit is slechts een proefstukje en de volgende portalen liggen alweer te drogen voor de volgende test. Wordt vervolgd, echter het resultaat van een eerste poging wil ik jullie niet onthouden en vinden jullie hier.

Verslag inbouwen ledverlichting

Hierbij een verslag over het inbouwen van een led verlichtingsset van Tom van Weert.
De set die ik heb aangeschaft is voor de Roco 6000 serie van de NMBS.
Oorspronkelijk was mijn lok analoog en enige tijd geleden had ik deze al voorzien van een decoder. Nu was de ledverlichting aan de beurt.
Na het verwijderen van de kap zie je twee gloeilampjes liggen, deze worden gewoon verwijderd, waarna ook de lichtgeleiders voorzichtig uit de kap worden gehaald, je weet nooit of die nog van pas kunnen komen.
Nu met een boortje van 2 mm de gaten waar zometeen de nieuwe lichtgeleiders van de ledjes in komen iets ruimer maken, daarna voorzichtig de printjes met de leds op z’n plaats aanbrengen, nog even de onderkant van de printplaat afplakken om doorschijnen te voorkomen.
Nu rest nog enkel een paar draadjes te solderen om de klus te klaren, aan één zijde kan je de gele en witte draad van de decoder verbinden met de witte en gele draad van de print. De blauwe massa draad wordt verbonden met de blauwe massa draad van de decoder.
De andere print heb ik verbonden met twee functie uitgangen van de decoder (groen en paarse draad), de blauwe massa draad gaat weer naar de blauwe massa draad van de decoder. Op deze wijze kan je aan één zijde de front en sluitverlichting bedienen via de de functie toets op je centrale, de andere kant van de lokverlichting kan je bedienen via de functie toets 0 en 1 op je centrale. Handig als je lok met een sleep wagons rijd en je de sluitverlichting van je lok kan uitschakelen. Enkele foto’s van bovenstaand verslag vind je hier.

Weatheren

Weatheren 21-11-2010

Na een heleboel voorbereidingen voor de workshop weatheren van 5 februari 2011 had  ik erg veel zin om zelf een keer aan de slag te gaan, pigment poeders had ik al een tijd geleden aangeschaft.
Tig keer gewikt en gewogen maar vorige week zaterdag 13 november 2010 dan eindelijk een airbrushcompressor met een dubbelaction pistool gekocht. Na wat proefspuiten vanmiddag toch maar even met het echte werk begonnen.
Eerst de wagon ontvet in een sopje, even droogblazen en daarna verder laten drogen op de radiator.
Met de airbrush begonnen met een laagje dark earth, eerst de onderkant toen de zijkant van de wagon. Even laten drogen, wat heel snel gaat aangezin je maar een hele fijne film verf opbrengt.
Met afplak tape de zijkant van de wagon afgeplakt, daarna de wielstellen nog even van een extra laag dark earth voorzien.
Het dak heb ik gespoten met een fijn laagje zwart, nadat ik een paar stukjes afplak tape op het dak had aangebracht, na dit laagje de afplak tape verwijderd en nog een heel dun laagje zwart op het dak aangebracht.
Alles afgewerkt met een laagje matte vernis, daar hechten de pigment poeders beter op.
Eerst nog met heel sterk verdunde zwarte verf de wielstellen wat bewerkt, daarna pigment poeders opgebracht met een heel dun penseeltje, dan de poeders nog even aangedrukt met een platte kwast.
Als laatste nog een laagje matte vernis over de wagon om alles te fixeren.
Leuk om te doen en voor zo’n eerste keer, ach oordeelt u maar zelf.

Weather technieken door Bert Kelder

Weatheren bij de ModelSpoor Vrienden Dronten   

Op 5 Februari gaan we gezamenlijk de geheimen rond het thema weatheren ontraadselen. De organisatie de modelspoor vrienden hebben hier een gehele dag voor ingeruimd die we dan ook goed zullen gaan benutten.

Vervelen zullen we ons zeker niet er is voor u veel te zien te doen, te leren.

Er is ruim voldoende tijd om al de facetten van het leuke onderdeel van onze treinen hobby “weatheren” te behandelen.

Wij zullen ons deze dag niet beperken tot een aantal basis principes waar je zeker in het begin al aardig mee uit de voeten kunt maar ik zal proberen al de techniekjes die ik mij in de loop der jaren eigen heb gemaakt aan u over te brengen.

Een deel van de dag is gereserveerd om een door u een zelf meegebracht wagonnetje of wat dan ook zelf kunt gaan weatheren.

Tijdens het praktijkdeel zal ik u natuurlijk zoveel als mogelijk assisteren en de vragen die tijdens het in praktijk brengen van het geleerde beantwoorden.

Het zou natuurlijk handig zijn als diegene die mee doen aan de workshop de onderstaande tekst alvast zouden doorlezen zodat ze al wat meer bekend  zijn met het thema weatheren.

Deze dag zullen wij onder andere het navolgende behandelen:

  • Het waarom van weatheren
  • Wat heb je voor gereedschap nodig
  • Voorbereidende werkzaamheden
  • Wet wash
  • Drybrushen
  • Airbrushen
  • Werken met pigment
  • Extreem weatheren (maken van beschadigingen)
  • Superren van rollend materieel.
  • Maken van wagonladingen (alleen als er nog voldoende tijd beschikbaar is)

Het waarom van weatheren,

Wie wil er geen realistische baan, waarbij alles op en rond het thema modelspoorbaan er bijna net zo uit ziet als in het echt. Het rijdend materiaal wat je nieuw hebt aanschaft ziet er smetteloos uit en de meeste huisjes zijn standaard voorzien van een plastic look. Je kan dit veranderen door de huisjes, rijdend materiaal, straten en wegen, eigenlijk alles wat op de modelbaan staat te weatheren (vervuilen en of verweren) waardoor ze er echter uit gaan zien. De modellen gaan als het ware leven en zitten vol gebruiksporen en sporen veroorzaakt door weersinvloeden. Ook zal je zien dat een modelbaan waar de nodige aandacht aan ook dit soort details is geschonken er harmonieus uitziet. Zelf vind ik persoonlijk dat treinen beter tot hun recht komen in een zo natuurlijk mogelijk nagebootste omgeving.

Moeilijk is het verouderen (weatheren) niet het is een kwestie van durf.

De ervaring komt vanzelf iedereen ontwikkeld zijn eigen manier van werken en het is op een aantal basis principes niet vast te leggen wat de beste manier is. Wat ik zelf erg aantrekkelijk vind aan het verouderen van wagons buiten het feit dat het gewoon erg leuk is om te doen, is dat je met een relatief goedkoop model hele leuke resultaten kan bereiken. Heel belangrijk is  wel dat je goed kijkt hoe het er in het echt uitziet voordat je met weatheren aanvangt.

Als je besluit om te gaan weatheren is het gelijk een mooie gelegenheid om de kleurrijke details die niet zijn aangebracht op het model aan te brengen.

Het extra aan brengen van details op de bijvoorbeeld huisjes en rollend materiaal zou je ook onder kunnen schuiven onder het hoofdstukje weatheren.

Heel vaak wordt dus wel het rollend materiaal geweatherd maar dat moet natuurlijk ook wel weer goed passen in het landschap. Wheateren en of verouderen heeft dus niet alleen betrekking op de treinen maar op de gehele scenery op je baan. Het mooiste om te zien is dat als het kleuren palet van het landschap geleidelijk in elkaar overloopt.

Dit kan je bijvoorbeeld bereiken door met de airbrush alles lichtelijk te bedekken met een lichte zweem bruin/grijze stofkleur.

Heb je nu een baan met bijvoorbeeld een baan met een overwegend grijs gebergte (gesteente) dan zou ik met de airbrush een grijzige zweem aanbrengen. Nu moet je dit natuurlijk nooit overdrijven en weten hier op tijd mee te stoppen, anders wordt het effect dat we willen bereiken te niet gedaan. Het eindresultaat mag er niet uitzien als een baan die al jaren lang door een stofregen wordt belaagd. Maar ook weer niet te bang zijn en weer veel gaan afdekken. Het geeft niets als onderkanten van masten bruggen en zelfs de preisertjes geraakt worden, het eindresultaat wordt alleen maar beter. Ook zal je zien dat als je rotsen accentueert met schaduwen en drybrush technieken dat er meer perspectief dus diepte ontstaat het lijkt soms ingewikkeld maar dat is het niet. Nog veel meer tips en over het hoe en waarom van weatheren staat uitgebreider beschreven in het topicje Weatheren van modelhuisjes en treinen

 

Wat heb je voor gereedschap nodig,

Als je denkt te gaan weatheren heb je buiten de nodige dosis geduld ook wat gereedschap nodig. Als je het weatheren beperkt tot drybrushen en werken met krijt kun je al volstaan met kwastjes en pencelen.

De airbrush is bij het weatheren een makkelijk stukje gereedschap, waarmee je heel aparte resultaten kan behalen wat met alleen een kwastjes niet gaat.

 

Onderstaande benodigdheden minimaal benodigd:

Diversen:
–   Kleine ronde kwastjes 0, 00 en 000
–   Platte kwast ca 8mm breed
–   Platte kwast ca 13 mm breed
–   Beker voor verdunner water/thinner/wasbenzine

–   Acryl reiniger

–   Acryl verdunner

–   Wattenstaafjes
–   Schoteltje om de verf te mengen en of te verdunnen
–   Afplaktape van bijvoorbeeld Tamiya
–   Hobbymesjes

–   Afdekzijl

–   Doekjes en of tissues

Er zijn in grote lijn maar twee soorten modelbouw verf die geschikt zijn voor het geen wij het willen gaan doen namelijk:

– Op waterbasis (acryl)

– Enemal verven populair gezegd olieverf.

Een aantal jaren terug begon de verf op water basis (acryl verven) zich meer en meer te ontwikkelen tot een goed product. In het begin was ook ik redelijk sceptisch ten opzichte van de aqua verven, maar nu ben ik zeer positief over deze verfsoort en inmiddels gebruik ik niet anders meer.

Groot voordeel van acryl verf vind ik persoonlijk de droogtijd, je kan de bewerkingen heel snel na elkaar uitvoeren zodat er al snel een mooi resultaat te zien zal zijn.

Onderstaande kleuren dienen slecht als een indicatie van de kleuren die je  zou kunnen toepassen:

Verf Revell Aqua Color:
–   Beige 36314

–   Antraciet
–   Steingrau36175
–   Bronzegrün 36165
–   Braun 36381

–   Rost
–   Karminrot 36136
–   Dunkelgrun 36168
–   Dark Earth 36182
–   Ziegelrot 36137
–   Wheiss 36105
–   Afrikabraun 36137
–   Hellgrau 36176
–   Schwarz 36108

–   Transparante lak mat / glanzend / satijn

 

Overig:

–   Airbrush

–   Fles perslucht of een compressor

–   Soldeerbout

–   Dremel of mini boormachine

–   Pigment poeders of krijt

–   Portie geduld en kalmte

–   Foto’s, tijdschriften en boeken met voorbeelden van het grote voorbeeld

 

Voorbereidende werkzaamheden,

Zorg er altijd voor dat je model (het te behandelen oppervlak) goed ontvet is anders zal de verf niet zo goed hechten aan het oppervlak. Ook heel belangrijk is dat je model goed stof vrij is, dus voordat je begint met het bewerken altijd het stof zo goed als mogelijk verwijderen. Tijdens het aanbrengen van verf zal de aanwezige stof een steeds grotere bron van ergernis worden.

Een model dat vooraf niet goed is gereinigd daarmee zal je nooit een bevredigend eindresultaat mee kunnen behalen.

 

Gebruik van kleuren,

Gebruik over het algemeen bij het weatheren natuur kleuren  zoals aardkleuren bruin, oker, khaki, grijstinten en roestkleuren maar daar over later meer.

De te gebruiken verf kan je eventueel wat donkerder of lichter worden gemaakt een en ander afhankelijk van het te weatheren object.

Zorg er voor dat de te gebruiken kleuren goed bij elkaar passen en geen al te grote contrasten opleveren.

Wel goed opletten als je begint met verven dat je van donker naar licht toewerkt. Begin dus met de meest donkere delen en schaduwplekken.

Werk dan met lichtere kleuren het model verder af. Dit wordt ook wel eens in negatief verven genoemd. Start dus met de basis kleur en maak deze steeds wat lichter door de verf te mengen met bijvoorbeeld wit of een beige kleur.

Roestkleur is een ruim begrip kijk maar goed naar foto’s van het grootspoor. Nieuwe roest kan zijn nagenoeg oranje en hoe ouder de roestplek hoe donkerder, dus van oranje naar nagenoeg donkerbruin.

Het is dus een kwestie van smaak welke kleur je kiest. het mooist is een combinatie van kleuren die goed in elkaar overlopen dat is ook het meest realistisch. Roestplekken kun je nog beter imiteren wanneer je door de verf een beetje talkpoeder vermengd. Hierdoor krijg je de indruk dat het verfoppervlak loskomt. Nog beter gaat het wanneer je ingedikte verf gebruikt.

Afbladderende verf kan je ook goed benaderen met de haarlak techniek

Deze verf kun je goed dik aanbrengen waardoor het nog meer lijkt of de verf loskomt van de ondergrond.

Afbladderende verf kan je ook goed benaderen met de haarlak techniek deze techniek vraagt wel de nodige ervaring en hier zullen we deze dag verder geen aandacht aan besteden.

 

Wet wash,

Is niets anders dan het model in te smeren met een zwaar verdunde verf.

Ik heb het nu expres niet over schilderen maar over smeren omdat de verf in tegenstelling tot wat ik eerder heb verkondigd nu wel heel ruim opgebracht moet worden.

Het teveel aan verf kan eenvoudig met een doekje of wattenstaafje worden weggenomen. Dit doe je meestal om diepte en schaduw effecten te creëren.

Deze techniek is heel mooi te gebruiken bij bijvoorbeeld de houten vloeren in open bakwagens , zijkanten van de gesloten goederenwagons, accentueren van kieren en naden, voegwerk tussen stenen enzovoort. Deze methode is bijvoorbeeld ook zeer geschikt om roest op bijvoorbeeld draaistellen aan te brengen.

 

Verdun de donkere verf zeer zwaar, en dan met een penseeltje aanbrengen op de delen die je donkerder wilt maken. Je hoeft dan geen kracht op het kwastje uit te oefenen doordat de verf erg dun is doet de natuur zelf zijn werk de verf zal netjes langs de randjes en in de kiertjes vloeien. Het teveel aan verf kan eenvoudig met een doekje of een wattenstaafje worden weggenomen.

De dichtheid van de kleur is bij deze methode heel erg afhankelijk van de mate waarin de verf wordt verdund.

Een ander methode die ik zelf heel vaak toepas en dat is, ik schilder meestal in negatief dat wil zeggen van donker naar licht. Ik breng dus eerst een donkere wash aan (is gelijk de glans van het plastic verdwenen) met een schaduw kleur dat is de kleur van de wagon waarbij redelijk veel zwarte verf  is toegevoegd.

Na het drogen kan je het model weer verder behandelen met Drybrush technieken met lichtere kleuren. Dit wordt ook wel Preshaden genoemd of wel aan brengen van schaduwen.

Preshaden kan ook worden gedaan met een airbrush, je spuit het object
helemaal in een donkerdere kleur, waarna drybrush handeling en of de volgende spuitlaag er pas overheen gaat. Als je deze volgende kleur net niet helemaal dekkend aanbrengt en de onderliggende donkere kleur langs randen en diepere delen de donkere kleur heel subtiel laat doorschijnen heb je al een mooi effect  waardoor er diepte ontstaat.

  

Drybrush,

Moeilijk woord voor droog kwasten deze bewerking is met name bedoeld voor het accenturen van hogere delen op de wagons huisjes enzovoort.

De truc van het drybrushen is dat je de kwast zo vaak af moet vegen op een doek of keukenrol, totdat je denkt dat er geen verf meer afkomt. Dan ga je het model behandelen je zal zien dat er dan nog voldoende verf opzit om het gewenste resultaat te behalen. Door het drybruschen worden de hogere delen van het model beter zichtbaar en komen al de details beter naar voren.

Als je dit goed doet krijg je nauwelijks strepen en bereik je nagenoeg het effect van een airbrush. Ook in het begin niet te veel druk uitoefenen op de kwast anders krijg je weer een te streperig resultaat.
Het is dus meer en vaker het object met de kwast behandelen.

Als je te snel wilt gaan werken en de kwast niet goed genoeg van verf ontdoet dan zal de verf te dekkend opgebracht worden en bereik je niet het beoogde resultaat. Zeker zo belangrijk is de kwast deze moet voldoende stijfheid hebben om te drybrushen (vorm van borstelen) maar zeker ook weer niet te hard anders krijg je zo wie zo te veel strepen. Als ik de kwastjes nieuw koop knip ik meestal met een scherpe schaar er steeds een stukje vanaf tot ik vind dat het goed werkt.

Airbrush of te wel een luchtkwast

Voordeel van airbrushen is dat de verf zeer fijn verdeeld wordt, waarbij je de mate van vervuiling op eenvoudige manier kan doseren zonder aanzetten te gaan zien op het te behandelen oppervlak. De verf breng je zo dun op dat het zelfs mogelijk is om de teksten die de fabrikant met zorg heeft aangebracht te kunnen blijven lezen.
Met de airbrush bereik je resultaten die met een kwast niet of haast niet kan bereiken. Ook kan je met 1 kleur heel veel verschillende kleur nuances maken op het te behandelen wagonnetje of locomotief. Dit omdat je eigenlijk allemaal dunne transparante lagen aanbrengt die elkaar mooi overlappen.

Als je een beetje bedreven bent in het werken met de airbrush hoef je haast niets af te plakken. Airbrushen zou ik wel een beetje serie matig doen, want na iedere behandeling en verandering van kleur moet je het apparaat steeds weer schoonmaken, Met acrylverf is dat redelijk simpel te doen maar met verf op oliebasis een minder plezierig werkje.

Hoe ga je nu het beste met de airbrush om, het is gevoel dat je er voor moet krijgen maar als basis zou je de onderstaande handelingen kunnen uitproberen:

Verf spuiten van links naar rechts in een ononderbroken constante beweging.
Spuiten van een locomotief met een airbrush doe je met een continue ononderbroken beweging van het de airbrush van links naar rechts en weer terug.

De afstand van de airbrush mag niet te ver en ook niet te kort zijn. Zo’n 15 à 25 cm is voldoende bij een luchtdruk van maximum 1,5 tot 2 Bar.

Naast de instelling van de druk heeft de mate van verdunning een grote invloed

op het nevel patroon van de verf. Kortweg is het vaak dat te dikke verf tijdens het spuiten meer grove spetters geeft en te dunne verf zal meer gaan vloeien tijdens het spuiten. Zelf verdun ik de verf meestal 30 tot 50% waarna ik de druk afregel totdat het een mooie gelijkmatige nevel is.

Hoogglans lakken altijd wat minder verdunnen anders kan de mogelijkheid ontstaan dat de verf niet glimmend opdroogt weet ik uit ervaring

Wanneer de airbrush te veraf staat van je model loop je het risico dat de verdunner (water, thinner of terpentine) reeds is verdampt nog voor de verf het model kan bereiken niet goed dus. Dit is één van de klachten die vaak worden gehoord de verf pakt niet op het model. Ik adviseer om geen wasbenzine te gebruiken als je met olieverf werkt, wasbenzine is een stuk vetter dan terpentine waardoor de kans op glimmende plekken bij gebruik van matte lak groter is.

Wanneer je vanaf een tekort afstand spuit dan loop je weer het gevaar dat de verf snel gaat uitlopen ook niet goed. Stop ook niet bruusk wanneer je het einde van het model bereikt hebt, maar spuit steeds een beetje verder voorbij het model en keer dan pas terug naar het model.

Wanneer je stopt op het einde van het model, dan zal deze plaats 2 maal meer verf opvangen dan de andere plaatsen. Hierdoor loop je het risico dat de verf zich hier ophoopt en gaat vloeien, en of te dik aangebracht wordt.

Bespuit het object liever 10 of meer keer met een dunne nevel verf dan dat je het in één laag probeert te realiseren.

Beweeg ook niet te snel met het pistool, en ook niet te traag.

Een vlotte beweging (zoals de slinger van een klok) zou voldoende moeten zijn. Probeer ook met je hele arm mee te bewegen zodat je een constante afstand behoud van je model tot aan de kop van je verfpistool.

 

Werken met krijt pigment

Met het werken met krijt of pigment kan je weer andere effecten bereiken die met drybrush en of de airbrush niet kunnen. Pigment gebruik ik meestal op daken en ook bijvoorbeeld op de looproosters van de wagons.

Omdat je daadwerkelijk met een droge stof bezig bent ziet het er erg realistisch uit. Hoe kan je ook beter het effect van stof benaderen dan stof te gebruiken.
Plaatsen die regelmatig door hebberige handjes worden beroert wel even na behandelen met een matte lak die je dan wel met een airbrush moet opbrengen en niet met een kwast.

 

Je kan echte pigment poeders, maar je kan ook heel goed pastel krijtjes gebruiken. Zelf gebruik ik ook vaak pastelkrijtjes. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je het oppervlak met een krijtje gaat bekladen, maar je gaat eerst fijn poeder maken  door het krijtje langs een schuurpapiertje te halen. Het poeder dat je dan hebt is erg geschikt om het model de finishing touch te geven. Dit kan je doen met een fijn penseeltje of met een wat grovere kwast het poeder te tamponneren op de plaats waar je de kleur aan wilt brengen. Het teveel aan poeder blaas je eenvoudig weg. De delen die je niet vaak aanraakt hoef je verder niet te behandelen, plaatsen die door regelmatige aanraking de kleur zouden kunnen verliezen daar kan je het oppervlak met matte lak (wel spuiten met een airbrusch)  fixeren.
Als je de pigment poeders bijvoorbeeld aanbrengt op het dak van een wagon of locomotief dan is het raadzaam om eerst het oppervlak met matte lak (airbrush of gewoon met een penseel) te behandelen.

Hierdoor krijgt het dak voldoende stroefheid om de pigment poeders goed te laten hechten.

 

Werken met inkt,
Het werken met inkt is vooral bekend bij diegene die wel een militaire voertuigen en of wargame figuren hebben geschilderd. Je kan inkt gebruiken om bijvoorbeeld heel kleine kieren en randen te accentueren bij objecten die niet met wet wash techniek behandeld kunnen worden, of modellen die eigenlijk al bijna klaar zijn. Inkt is zeer dun vloeibaar en kan dus heel goed worden gedoseerd.

 

Het aanbrengen van gebruikssporen,

Ik bedoel hiermee dus het imiteren van deukjes en mechanische beschadigingen op het model, roest, mos, alg, kalk en sporen door weersinvloeden enz.  En wel net zo belangrijk waar kan dit je soort details aanbrengen en waar juist weer niet.

Vervuiling door weersinvloeden:
Wat wel erg belangrijk is dat je goed oplet hoe in het echt water en vuil van een echt gebouw of wagon afloopt. Dus vermijd te veel schuine en of lijnen die haaks staan op de het normale patroon waarmee water van het object afloopt.

Bijvoorbeeld als je het dak van een wagon drybrushed doe dat dan in de breedte richting en niet in de lengterichting van het dak.

Mechanische veroudering door gebruik:

Bij bijvoorbeeld het groot spoor zie je zeer vaak wagons met deuken en butsen.

Vooral bij erts wagens komt dit frequent voor. Dit soort details brengen de fabrikanten van de modellen nooit aan, maar het maakt model wel extra aantrekkelijk. Bij het aanbrengen van mechanische sporen moet je extra voorzichtig zijn het model is voor je het weet onherstelbaar beschadigd, besluit je het toch te doen doe het dan met beleid. Gereedschap om mechanische beschadigingen na te bootsen kunnen zijn:

-soldeerbout

-dremel

-hobbymes

-houtlijm

Wat je nu ook gelijk kan doen is het verwijderen van bijvoorbeeld gietnaden die bij sommige merken nogal goed zichtbaar zijn op met name de ketelwagens,

dit is simpel te doen met een fijnkorrelig schuurpapiertje. Je zal er van verstelt staan hoe een stuk beter het wagonnetje er dan uit zal gaan zien na het weatheren.

Kalk-, en vervuilingsporen:

Bij het groot bedrijf op stoomlocs zul je heden ten dagen niet snel meer Kalk-, en vervuilingsporen aantreffen. Wat wij nu met name in West-Europa nog zien is hoofdzakelijk materiaal van stichtingen en of rijvaardige locs van museumlijnen. Dit soort machines worden vertroeteld en verpleegd zodat zij er bijna als nieuw uitblijven zien. In het begin van de vorige eeuw zeker tot einde 30er begin 40er jaren werd een lok veelal bestuurd door vast personeel die de lok heel goed verzorgde dat hoorde bij hun taak als machinist en stoker zijnde.
Met name in het latere stoomtijdperk werden de locs naar believen gestuurd waar ze het hardste nodig waren, onderhoud en met name het poetswerk kwam steeds meer op de achtergrond te liggen, waardoor de locs er meer en meer vervuild uit gingen zien.
De locs zeker aan het einde van hun carrière waarbij men al wist dat ze binnen een aantal jaren terzijde gesteld zouden gaan worden daar was met name het poetswerk vervalen.
Locs die als strategische reserve en of als onderdelen leverancier terzijde zijn/waren gesteld daar zie je de kalksporen nagenoeg niet meer op, maar zal stof en roest de overhand gaan vormen.
Ook is het zo dat de meeste stoomlocs omdat ze meestal zwart met een beetje rood zijn niet de simpelste locs om te vervuilen. Door de kleurstelling ben je al redelijk beperkt, wil je ze dan toch vervuilen zal elke kleur anders dan zwart behoorlijk contrasteren tegen over de basis kleur van de lok zelf.

Goede plaatsen voor kalk afzetting zijn:
-bij de stoomfluit
-rond kranen en tapen vulpunten
-lekkende leidingen fitwerk
-de pomp
-bij de cilinders
-voorverwarmer
-veiligheidsventielen

 

Andere details die je met verf zou kunnen aanbrengen zijn:

-Hendels van de reminrichting, remslangen met geel en rood

 Vergeet dan gelijk de plaat waar de hendels opzitten wit te verven

-Kalksporen bij afwateringen van steunmuren

-Kleur nuances op stenenmuren

-Gemorste diesel in het spoor bij een pompstation.

-Reparatie plekken op wagons

-Graffiti

-Lading documenten achter het ruit patroon op de zijkant van de wagon.

-Grijpstangen en railingen van bordessen in een afwijkende kleur

 (alleen volgens het grote voorbeeld natuurlijk)

-Afbladderende verf

-Mos en alg op daken en muren

-Roet en of aanslag van diesel boven tunnel ingangen

-Sporen van ruitenwissers op vuile ramen

-Imitatie van vet op drijfstangen van stoomlocs

-Imitatie van vet op aspotten en de voorzijde van de buffers

-Kleur van de vervoerde lading op en in wagons

-Leksporen op en rond vulopeningen bij ketelwagens en tanks

-Algemene vervuiling en stof op alle voorkomende objecten

-Rem en rijsporen op wegen

-Loodafdichtingen rondschoorstenen en bij dakramen

-Las dozen in de kleur geel op stoomloks.

Enzovoort enzovoort kijk goed naar het grote voorbeeld en je krijgt dan vanzelf ideeën genoeg. 

Het afwerken van je model met matte lak om je model te beschermen,
Bij het werken met pigment  hoef je de delen die je niet vaak meer aanraakt niet verder te behandelen, plaatsen die door regelmatige aanraking de kleur zouden kunnen verliezen daar kan je het oppervlak met matte lak (wel spuiten met een airbrusch) fixeren. Ook kan je locomotieven die met de airbrush zijn behandeld inspuiten met een matte lak, dit om de dunne laag verf die is opgebracht te beschermen. Daarnaast is het bij gebruik van matte lak, als je een model met verschillende technieken hebt behandeld het net is of de kleuren nog wat meer in elkaar overlopen waardoor het geheel en nog beter uit gaat zien. Let op er zijn niet echt heel veel echt matte lakken in de handel verkrijgbaar, dus maak altijd eerst een proef of de lak wel voldoet.

Het hoe en waarom van de verschillende technieken, en het door elkaar gebruiken avn de verschillende technieken,
Het goed weatheren van de wagons, locomotieven, huisjes enzovoort is dus niets anders dan de basis methoden die hier boven beschreven zijn samen te voegen tot een geheel.

Wel is het zo dat bij een model waar al diversen kleuren door de fabrikant in zijn verwerkt een aantal stappen overgeslagen kan worden.

Er zijn altijd wagons, locomotieven en huisjes  waarbij met alleen drybrusch, wash met verdunde verf en of pigment poeders niet het allerbeste resultaat gehaald kan worden. Neem bijvoorbeeld een ketelwagen die is meestal rond en er zijn door de fabrikant met name aan de kop, en onderzijde veel losse gemonteerde onderdelen zoals kranen, hekjes enz gemonteerd.

Om met drybruschen een realistisch resultaat te krijgen mag je niet al te veel aanzetten van de kwast zien, ook moet alles redelijk tot zeer goed bereikbaar zijn, niets is zo storend als er delen zijn die je niet hebt kunnen behandelen domweg omdat je er niet goed bij kan. Toch alles proberen met een kwastje te bereiken geeft dan vaak een niet bevredigend resultaat.

Ook bijvoorbeeld een bollenwagen of een  zij-, en onderlosser zitten vol met los gemonteerde onderdelen, ook is er bij dit type wagens een redelijke diep zichtbare detaillering, die moeilijk met een kwastje bereikbaar zijn.

Het zou zonde zijn om de wagens goed bedoeld te gaan mishandelen met een minder resultaat.

De airbrush is dus heel vaak een onmisbare extra hulp bij het weatheren die wel raad weet met de hierboven beschreven uitdagingen.

Als je uiteindelijk tevreden bent dan na gebruik van pigment poeder het model met een matte lak inspuiten om de pigment en de verflaag te fixeren.

 

Wat je voor al niet moet doen.
-Nooit puur zwart gebruiken om schaduwen (met wet wash) te maken, maar wel
is aanbevolen bijvoorbeeld om de basiskleur met veel zwart (antraciet kleur) te
mengen.

-Gebruik bij het weatheren geen satijn en of glanzende verf soorten of je moet

 Wel eens glimmende stof hebben gezien. Lekstrepen op tanks bijvoorbeeld

 Uitgezonderd natuurlijk.

-Beperk je tot of de enemal of de acrylverven

-Probeer niet te ongeduldig te zijn als het niet direct lukt, laat het dan maar even
rusten en probeer het later nog een keertje.

-Ga nooit drybrushen over verf die niet goed is gedroogd.

-Nooit een wet wash toepassen als laatste handeling, al de voorgaande
behandelingen zijn dan voor niets geweest.

-Geen onverdunde chemische middelen als thinner in direct contact brengen met
kunststoffen en verf.

-Pak je werkstuk nooit beet als de verf nog niet geheel droog is.

-Gebruik chemische middelen niet in een ongeventileerde ruimte.


Schoenendoosproject

Begin dit jaar werd het schoendoosproject gelanceerd, daar ben ik nu ook mee begonnen een plankje van 14 X80 cm waarop het allemaal moet gaan gebeuren.
Ik heb een achterwandje gemaakt met een wolkenlucht.
Wat ik wil gaan maken is een stukje spoor wat uit een tunnel komt en eindigt in een lokloods. 
Alle technieken die we het afgelopen seizoen tijdens workshops gezien hebben wil ik gaan toepassen. 
De lokloods daar ben ik nu mee bezig, heb ik een aantal jaren geleden gekocht voor een paar euro, die komt nu mooi van pas.
Eerst heb ik de lokloods ontvet en in kleur gespoten, dat airbrusheb is echt een geweldige techniek en multi toepasbaar.
Om de voegen beter uit te laten komen heb ik met heel sterk verdunde verf (op olie basis) de lokloods ingesmeerd en daarna met een doek de meeste verf weer verwijderd.
De voegen krijg je nu mooi te zien.
Volgende stap wordt om de lokloods verder af te werken, Het is ook mijn bedoeling om de deuren van de lokloods via servo te bedienen.
Wordt vervolgd.

Een dag later, ik was niet tevreden over het behaalde resultaat, dan zit er maar één ding op, nl. uithuilen en overnieuw beginnen.
Lokloods weer in kleur gespoten en daarna met een sterker verdund de lokloods nogmaals behandeld.
Over dit resultaat ben ik wel meer te spreken, maar wie weet morgen….
We zijn nu een paar dagen later, maar het resultaat was uiteindelijk niet naar tevredenheid, de loklods is inmiddels overgespoten en heeft een nog sterker verdunde wetwash gehad, nog niet klaar want met deze verdunde verf zullen er nog extra laagjes nodig zijn. Geduld is in deze meer dan een schone zaak.


Cursus Airbrushen

Een nieuw begin 2011

Eind december 2010 had ik een paar nieuw Heris rijtuigen gekocht, toen deze op de baan kwamen ontspoorden deze meteen in de klimspiraal, een eerste keer denk je ach het zal wel, maar elke keer als de lok de daling in zet liepen de wagons uit de rail. De bochten bleken te krap. Wat nu, de rijtuigen verkopen en nooit meer dat soort mooie rijtuigen kopen? Dat zag ik zelf niet gebeuren, de enige optie is dan om de klimspiralen groter te maken.
Nog een nachtje over geslapen maar mijn besluit stond vast, dan toch maar weer afbreken , uithuilen en overnieuw beginnen.
Bert had tijdens een bijeenkomst een keer laten zien hoe hij de klimspiraal had opgebouwd, is een mooi systeem en dat heb ik dan ook toegepast.
Ik ben begonnen met het maken van een nieuwe klimspiraal voorzien van R3 (dalend) en R4 (stijgend) bochten.
Tussen door nog een paar dingen uitgeprobeerd, het een wat succesvoller dan de andere maar met het resultaat ben ik erg tevreden.
Deze eerste klimspiraal heeft mij flink wat tijd gekost maar eenmaal in mekaar gezet zag het er weer goed uit. De tweede klimspiraal ging veel vlotter met de ervaring van de eerste. Toen beide klimspiralen (flink groter dan de voorgaande) klaar waren moest het schaduwstation worden aangesloten, met flexibele rails een poging gedaan om dit mooi vloeiend te krijgen, erg mooi werd het allemaal niet dus toen toch maar besloten dat ook het schaduw station op de schop moest.
Na een hoop gepuzzel en de hulp van Erik en een bezoek met wijze opmerkingen en aanwijzingen van Bert, kon ik starten met de bouw. Gelukkig kreeg ik hierbij af en toe hulp van Angelina die het nog steeds leuk vindt als ze kan helpen bij de bouw van de baan.
Het schaduw station verdeeld in twee verdiepingen inmiddels is de eerste verdieping klaar, maar omdat je in 2 verdiepingen werkt krijg je bij de tweede verdieping een kruising tussen het stijgende en dalende spoor. Dat wil je natuurlijk niet dus ook daar voor moest een oplossing komen, daarom laat ik het stijgende spoor vanaf niveau 0 twee keer over steken, na de eerste oversteek wordt de linker klimspiraal gebruikt om 1 wending te stijgen zodat je op hetzelfde niveau uitkomt van schaduw station 2 daar gaan de sporen dan samen de klimspiraal in en is het probleem met kruisende rails opgelost. De aanleg van het eerste schaduw station is klaar ringleiding is volledig aangelegd en de rails is aangesloten op de ringleiding, Lissy sensoren zijn ingebouwd en 12 wissels zijn aangesloten op wissel decoders (2 esu lokpilot en 2 littfinski decoders).
Hoewel de lissy sensoren zijn ingebouwd moeten de ontvangers wel nog worden aangesloten en geprogrammeerd op het Twin center, maar dat is voor later. Eerst bouwen en daarna programmeren.
De wissels zijn digitaal schakelbaar en de in- en uitrijwegen zijn ook in het TC geprogrammeerd.
De bouw van het tweede schaduw station is gestart.

Diorama 1

Na beide workshop van Evan Daes en Erik Block, ging het bij mij maar meer kribelen. Ik wil met landschaps bouw aan de gang, nu is / was ons schoenendoos project hiervoor eigenlijk opgezet, maar daar ontbrak het mij aan voldoende inspiratie. Op mijn baan ben ik nog lang niet toe aan scenery en landschaps bouw, maar dat wil ik zo graag.

Daarom heb ik maar het plan opgevat om een diorama te gaan bouwen.

Voor ik daar mee kon beginnen moest ik wel de nodige materialen aanschaffen, dit heb ik gedaan via AnW-modeltreinen.
De materialen die door Evan voornamelijk worden gebruitkt komen van Woodland Scenics, al deze artikelen zijn te verkrijgen via Anw, niet alles staat op hun website, maar een mailtje met artikel nummer is voldoende om te kunnen bestellen.Nog niet alles in huis maar wel voldoende om een begin te maken.

De afmetingen van het diorama zijn 60×30 cm, een mooi stukje om alle technieken uit te proberen, maar toch weer niet te groot dat je er maanden aan bezig bent.

Ter afwisseling van het knutselen aan de baan kan ik nu mooi aan het diorama werken.

Wat wil ik gaan maken, op de achtergrond komt een berghelling waar een landweg voorloopt en daarvoor loopt dan weer een spoorlijn. Deze spoorlijn wordt niet vaak meer gebruikt en daar zie je de sporen van (…..hoop ik te realiseren)

De weg en spoorlijn vormen samen een dijk aansluitend op de heuvel rug.

Voor de dijk vind je een slootje en een klein stukje gras land.

Wat heb ik vandaag donderdag 3 november 2011 aan het diorama gedaan.

De ruwbouw, de ondergrond bestaat uit een stuk styrodur, bij de praxis te koop onder de naam XPS. Uit hetzelfde materiaal heb ik ribben gesneden  en tussen de ribben heb ik eveneeens van styrodur blokjes en wandjes geplaatst.

De gaten en kieren heb ik dicht gesmeerd met roodband (geleerd tijdens de workshop van   Jaap Teeuw).

Nu is het even wachten tot de roodband droog is, morgen weer verder.
Een schets en de eerste foto’s van de bouw vind je hier terug.

Vrijdag 4 november 2011

De roodband is bijna droog, als eerste een reep kurk gesneden die als ondergrond zal dienen voor de rails. Rails op maat gemaakt.

Na het aanbrengen van de kurk strook kon ik beginnen met gips doek aan te brengen, eerst werd de onderkant van de dijk bekleed met gips doek, daarna was de helling aan de beurt, als je van te voren het gipsdoek netjes op maat hebt geknipt, kan je achter mekaar doorgaan met het aanbrengen op de styroduur. Wel zorgen als je wat langere stukken gipsdoek aanbrengt, dat zo’n lapje niet dubbel slaat. Na hat aanbrengen van het doek smeer je de gips nog even lekker uit met een flink natte kwast. Na ruim een uurtje knutselen zie alweer een mooi eind resultaat.

Zaterdag 4 november 2011

Vandaag met gipsmallen van Noch gewerkt, allerlei maten rotsblokken gegoten met hydrocal van Woodland Scenics, als voorbereiding voor het diorama, waar ik wat rotsblokken in de dijkwand wil aanbrengen.

De mallen gevuld met hydrocal (nadat dit was aangemaakt met water), geen last van luchtbelletjes, na een paar uur de rotsblokken uit de mal gehaald, viel mee, slechts één rotsblok kwam er in twee delen uit de rest was punt gaaf. Volgende keer de mallen toch eerst even bevochtigen met water waarin een drupje afwasmiddel zit, dan komen de afgietsels makkelijker uit de mal.

Nu de rotsblokken klaar liggen kan ik weer aan de slag met het diorama, even een keuze gemaakt van welke rotsblokken ik in de dijkwand wil plaatsen en dan met hobby mes aan de slag. Ruimte vrij maken om de rotsblokken te plaatsen, deze vast gezet met een dotje montage kit. Wat sculptamold aangemaakt, wat werkt dat spul fijn zeg, je hebt voldoende tijd om het te verwerken en je kan na een tijdje nog even wat bijwerken.

Toen dat klaar was kwam de grootste uitdaging, de heuvel wand voorzien van rotsen, hier heb ik een poging ondernomen om met sculptamold zelf een rotswand te creeëren. Hoe dat er nu uitziet zie je op de foto’s,  voorlopig vind ik het nog wel wat, maar misschien denk ik daar anders over als alles droog is of als het is ingekleurd. Maar dat is weer voor de volgende keer.

Resume, hydrocal en sculptamold twee fijne produkten om mee te werken, het eerste produkt verwerkt zich makkelijk bij het gieten in mallen en sculptamold geeft je voldoende tijd om er iets van te maken.

Op het vervolg moeten jullie even wachten, de bestelde materialen zijn nog niet in huis en kan ik dus niet verder met het diorama.

Inmiddels is het al eind december 2011, begin december heb ik een helboel van de bestelde spullen in huis gekregen en kon ik weer aan de slag, echter met alle drukte van de december maand er niet aan toe gekomen om dit op de site bij te werken.

Als eerste ben ik de rotsen gaan inkleuren, als eerste een mengseltje gemaakt met Umber en hiermee de rotsen ingesmeerd, vervolgens met oker en als laatste met zwart. Dit waren allen pigment kleuren van WS.

In de garage had ik nog een pot muurverf en voorstrijk staan van Albastine voor in de badkamer. Daar heb ik wat van in een potje gedaan en na dit sterk te hebben verdund en nog een drupje afwas middel erbij heb ik dit gebruikt om de rotsen te dry brushen, deze techniek is niet moeilijk maar bij het uitoefenen voel ik me toch wat onzeker, komt er wel iets op de rotsen terecht of moet de kwast toch iets natter, soms kwam er nog iets te veel verf af de andere keer weer te weinig, het blijft even zoeken naar de perfecte hoeveelheid.
Verder heb ik de rotsen onmiddels voorzien van wat groen (fine turf van Woodland Scenics).
Hier nog een foto verslag van hierboven beschreven werkzaamheden.
1 januari 2012, de paaltjes voor het weiland de afgelopen dagen klaar gemaakt, hele fijne gaatjes erin geboord voor de schrikdraad, deze draad afgelopen middag door de paaltes getrokken, zie laatste 2 foto’s op bovenstaande link.

Mallen maken

Mallen gieten

Even weer eens wat proberen, je leest er veel over maar hoe lukt het zelf? Mallen gieten.

Vriend Bert heeft voor mij met porselein gips een aantal afdrukken gemaakt en van deze afdrukken wou ik dan weer zelf mallen gieten.

Eerst worden de afgietsels op een plank vast gelijmd en met wat latjes maak je er een bakje omheen.

Alle gaten en kieren in het bakje worden netjes met sterk verdund gips dicht gesmeerd.

Als dit alles lekker droog is, kan je de mallen gaan gieten.

Voor het gieten heb ik gebruik gemaakt van siliconen rubber welke je moet mengen met een harder.

De firma Wilsor Kunstharsen Biddinghuizen verkoop deze siliconen rubber, dat is eens lekker dicht bij huis.

Siliconen rubber bestaat uit een witte dikvloeibare hars component en een transparante of desgewenst blauwe harder component, waarvan 5-10% toegevoegd en goed doorgeroerd moet worden. Bij 5% verharder is het mengsel ± een uur verwerkbaar en bij 10% ongeveer een half uur. Dit geeft ook een iets hardere rubber.

Ik heb ongeveer 6% harder toegevoegd, zodat de mallen lekker soepel blijven, ik heb het mengsel klaar gemaakt in een gietbeker, de “bakjes”rijkelijk gevuld met dit siliconen rubber, ik heb geen last gehad van luchtbellen in het rubber.

Prijs ongeveer 10 € per mal, als je dat vergelijkt met de prijs die je voor een mal in de winkel betaald (ruim het dubbele) is het zeker voordelig om zelf mallen te gieten.

Eenmal de mallen klaar, kan je deze vullen met modelgips, maar als je een fijnere structuur wil en ook nog wat sterker kan je gebruik maken van porselein gips.

Weer een leuke ervaring rijker.


Nieuwigheden 2013

Nu de beurs in Nürenberg in volle gang is, komt de nieuwsstroom pas echt goed op gang, hieronder links naar de gevonden nieuwigheden voor 2013 voor onze hobby.

RockyRail

Heki


Noch

Uhlenbrock

Schuco

Artitec

Kuehn

Moebo

EFMH

Pola G

Preiser

Vampisol

AWM

LDT

KM1

VKModell

Piko

MKB

Liliput

Faller


Vollmer


Lemke Mehano

 Esu locomotieven

Esu

Tillig H0

Tillig TT

Bemo

Sudexpress

Modellbau Veit

PMT

Lenz

Herpa

Busch

Brawa

Heris

Zimo

Gelukkig 2014

Beste modelspoor vrienden,

Ik wens jullie allen fijne kerstdagen en een gelukkig en gezond 2014

Opslag evergreen profielen

Al een tijdje liep ik rond met het probleem hoe de evergreen profielen netjes opbergen, ze lagen eerst in een doosje, maar als je dan wat nodig hebt  ben je eerst een tijd aan het zoeken voordat je hebt wat je nodig dacht te hebben.

Dat moest anders, zeker na het aanvullen van de voorraad evergreen profielen wat ik afgelopen najaar heb gedaan, ik had verschillende ideeën maar het meest handige heb ik dan maar uitgevoerd.
Ik ben op zoek gegaan naar een stuk kanaalplaat, gelukkig had collega modelbouwer Aart nog wat staan.
Het stuk kanaal plaat heb ik in stukken gezaagd net iets korter dan de evergreen profielen lang zijn, breedte heb ik gekozen op basis van het feit dat ik zes stuks plaat wilde overhouden uit het reststuk, de delen zijn ongeveer de afmeting van een A4 geworden.
De delen kanaal plaat heb ik met houtlijm en een latje er tussen op mekaar gelijmd, zodat ik boven op de kanaal plaat ook nog een stikkertje kon aanbrengen met de afmeting van de profielen.
Hierbij nog een kleine foto reeks.